De kunst van het kopiëren


Er zijn veel kunstenaars, waaronder ik, die werk van een ander gebruiken in hun eigen werk. Dit roept al gauw de vraag op hoever je daarin kunt gaan. Wanneer is iets plagiaat? Wat mag wel en wat niet? Wanneer je de wet volgt, die stelt dat het auteursrecht 70 jaar na de dood van de maker eindigt, ben je heel beperkt in gebruik van beeldmateriaal en valt vrijwel alles wat de laatste eeuw gemaakt is af. Van bovenstaand schilderij heb ik een nacht slecht geslapen toen ik me realiseerde dat de schilder van het schaaltje kersen, Jan Voerman Jr., pas in 1976 is overleden.


‘Ontlening’ wordt echter gezien als iets dat bij kunst hoort. Er is zelfs een naam voor: appropriation art. De stichting Pictoright, de auteursrechtenorganisatie voor visuele makers, is met een nieuwe richtlijn gekomen die past bij deze tijd en meer ruimte biedt. Het streven van deze richtlijn is de rechten van de makers te beschermen zonder de vrijheid van expressie in de weg te staan.


Pictoright hanteert vier uitgangspunten. Als eerste kijkt ze naar de artistieke betekenis van het nieuwe werk: in hoeverre is het anders dan het origineel. Ten tweede wordt gesteld dat het gebruik proportioneel moet zijn, waarbij opgemerkt wordt dat hoge bomen veel wind vangen. Oftewel: bij bekende kunstenaars is het meer gerechtvaardigd hun werk te gebruiken. Ten derde moet duidelijk zijn welk deel van het werk aan een ander is ontleende en tot slot is het netjes om aan naamsvermelding te doen.


Met deze vier punten hoef ik niet meer wakker te liggen over mijn aanpak en ben ik een stuk vrijer om te maken wat ik wil. Dankjewel Picoright. Voor mezelf en voor alle andere werken die gemaakt kunnen blijven worden.

Boven: Zonder titel, olieverf op paneel, 40 x 80 cm, 2012

Particuliere collectie. Ontleend aan een schilderij van Jan Voerman Jr.


Onder: 'Don't we all just love Morandi?', olieverf op doek, 2017


Lees hier meer over de richtlijn van Pictoright

Recente blogposts

Alles weergeven