top of page

Lang leve de dood in de kunst

Vorige week verscheen er een zes pagina's tellend stuk in FD Persoonlijk, de zaterdagbijlage van het Financieel Dagblad, waarvoor ik ben geïnterviewd. De aanleiding was mijn bijdrage aan de tentoonstelling Als de Dood in Museum Belvédère.

Een gefotografeerd artikel is lastig te lezen, dus hieronder de volledige tekst (ik ben nog in afwachting van de PDF).



Tekst Ellen Leijser


De dood is alomtegenwoordig in de kunst; soms letterlijk, als beeltenis van een mensen- of dierenlijk, vaker symbolisch, als zandloper, gedoofde kaars of abstracte duisternis. Steeds doordringt de kunst de kijker van de kwetsbaarheid en tijdelijkheid van het bestaan.


'Dood' is het meest definitieve woord dat ik ken. Nooit is echt nooit, ik zal mijn vriend nooit meer zien. Voordat hij zestien maanden geleden overleed, dacht ik vrijwel nooit aan de dood. De laatste dode die ik in levende lijve had gezien was mijn opa, ik was acht.

In een leven na de dood geloof ik niet, en toch hoop ik tegen beter weten in op een teken. Een teken dat het goed gaat met mijn vriend, daar aan de overkant van het leven. Maar geen roodborstje, geen witte veren, geen signaal in de wolken, niets van dat alles.

In de kunst is de dood al sinds mensenheugenis aanwezig. Verbloemd, met


al dan niet verborgen symboliek of vol in je gezicht. Zoals het pakkende portret van een meisje uit Dordrecht. Overleden in de zeventiende eeuw en vastgelegd door Nicolaes Maes, leerling van Rembrandt. Het doodsportret hangt in Museum Tot Zover in Amsterdam, het enige uitvaartmuseum in Nederland dat reflecteert op onze sterfelijkheid en de manier waarop wij omgaan met de dood. Het wil de dood bespreekbaar maken.

Tegenwoordig maken we foto’s van de overledene, om de herinnering levend te houden. In de tijd van Nicolaes Maes bestond post mortem fotografie nog niet. De schilder heeft waarschijnlijk vlak na de dood van het meisje een snelle schets gemaakt en die later uitgewerkt. Zij werd immers een dag na haar overlijden al begraven. Toen het museum in 2020 het portret verwierf had het meisje haar ogen half open. Tijdens een grondige schoonmaak bleek dat Maes haar had geschilderd met gesloten ogen - een aanwijzing dat ze was overleden. Ook werd duidelijk dat het gelaat in de oorspronkelijke versie veel bleker was. Het vernis dat in de negentiende eeuw is aangebracht was voorzien van een warm pigment. Waarschijnlijk vond men het gezicht te doods. Inmiddels zijn de latere retouches verwijderd en is het portret weer zoals Maes het heeft bedoeld.

Veel schilderijen uit die tijd staat bol van de doodssymboliek. Een beetje zeventiende eeuwer was op de hoogte van de betekenis ervan. Een gedoofde kaars, schedels, zandlopers, klokken, vergane boeken, omgevallen drinkglazen, het zijn verwijzingen naar de dood, naar vergankelijkheid en de tijdelijkheid van het leven op aarde. Vooral bedoeld als aansporing om er iets van te maken en niet de kantjes ervan af te lopen.

Bloemen - ze bloeien, verwelken en gaan dood - kunnen eveneens een verwijzing zijn naar onze sterfelijkheid. Ook in de schilderijen van kunstenaar Els Timmerman figureren bloemen. Haar werk is te zien op de tentoonstelling Als de dood, in Museum Belvédère, waar schilders, fotografen, beeldhouwers en dichters de dood in de spotlight zetten.

Sinds Timmermans’ haar man, cartoonist Peter van Straaten, ruim zes jaar geleden overleed, is de dood een vast component in haar werk. ‘Anderhalf jaar lang kon ik niet werken. De dood is een gruwel. Toen ik weer naar mijn atelier ging, drong de dood en rouw als thema zich heel erg op. Maar hoe verbeeld je dat? De stervensportretten die gemaakt zijn van Peter zijn privé, niet om aan anderen te tonen.’

Drie schilderijen die ze in Belvédère laat zien zijn getiteld Oasis, een verwijzing naar oase als toevluchtsoord én naar het groene schuim waarin bloemen worden gestoken om ze langer levend te houden. Als Timmerman de vergankelijkheid van het leven schildert, is ze vooral bezig met verf, met techniek, met kleur, vlakverdeling en compositie. ‘Dan kijk ik met mijn professionele oog. Je zit in een flow, het brengt je in een andere geestesgesteldheid, en dat is fijn.’

Toch is het schilderen over rouw en de dood is geen vorm van verwerking, stelt Timmerman resoluut. ‘Eigenlijk bevestigt het alleen maar het gemis. Schilderen biedt geen troost, het maakt alleen maar duidelijk: dood is dood. Het is echt.’


Kunstenaar Erica Scheper heeft speciaal voor Als de dood twee nieuwe schilderijen gemaakt. Het zijn verstilde interieurs met een klassiek behang waarop ze ansichtkaarten van beroemde kunstwerken schildert. ‘De dood is een thema waarmee ik nog niet eerder had gewerkt. Wat ik opmerkelijk vond, is dat veel gesprekken thuis ineens gingen over nalatenschap, over afscheid. Het werkte dus wel door in mijn privéleven. Soms vond ik het zwaar, maar tegelijkertijd zit er ook schoonheid in, dat is mooi en troostrijk.’

Achter haar schilderij Counting crows schuilt een bizar verhaal. ‘Het emotioneert me nog als ik eraan denk. Ik fiets altijd een tocht van vijf kilometer naar mijn atelier langs een weg met grote, mooie, oude bomen. Een jaar geleden stormde het heel hard en één boom heeft die storm niet overleefd. In die boom zaten meer dan tachtig roeken, die schijnen zich goed vast te houden als het hard waait. Ze zijn met boom en al omgewaaid en hebben het niet overleefd, ze zijn verpletterd. Ik was heel erg verbaasd dat ze niet wegvlogen. Je ergens aan vastklampen wat niet goed voor je is.’

De gebeurtenis deed haar denken aan het schilderij Twee dode roeken van Floris Verster uit 1907. ‘Het is een prachtig schilderij, heel verstild. Ik wilde een soort echo maken van dat schilderij, met dezelfde vlakverdeling en dezelfde kleur.’



Het werk van Sabine Liedtke bestaat ook uit dode vogels. Zij maakte een installatie van honderd keramieken spreeuwen. Door veel onderzoek te doen naar haar familiegeschiedenis - haar vader is Duits, haar opa en overgrootvader zaten bij de Wehrmacht - kwam ze al associërend uit bij vogels en nesten: uit welk nest kom je? Daar heb je geen zeggenschap over. ‘Nu had ik altijd al veel interesse in dode dieren. Ik heb in mijn atelier een vriezer met dode beesten. Vroeger deed ik die thuis in de vriezer, maar mijn kinderen vonden het geen succes als er zo’n beest tussen de spinazie lag. Vier jaar geleden zag ik een enorm grote zwerm spreeuwen. Ze deden me aan soldaten denken, met hun grijze veren als uniformen, en ook omdat spreeuwen in groepen opereren. Ik wilde mijn eigen zwerm maken.’

Lachend: ‘Ik heb meerdere spreeuwen in de viezer, maar eentje is mijn favoriet. Hij is perfect van vorm, heel symmetrisch, de vleugels strak langs het lijf, een lange snavel en een mooi verenpak. Hij is gewoon prachtig!’ Van die spreeuw maakte ze een mal en goot er honderd beelden van die in Belvédère op een wit plateau liggen.

‘Soms vraag ik me weleens af waarom ik de dood zo intrigerend vind. Ik heb dat altijd al gehad, ook voordat ik onderzoek deed naar mijn familie. Al is mijn fascinatie daardoor wel extra aangewakkerd. Misschien komt het omdat ik een enorme doodsangst heb, geen idee. Maar eigenlijk vind ik dode dieren gewoon heel mooi. Er zit veel schoonheid in.’



De tentoonstelling ‘Als de dood’ is t/m 11 juni te zien in Museum Belvédère, Heerenveen-Oranjewoud.

In Museum Tot Zover is t/m 30 april de tentoonstelling ‘Dutch Death Design’ te zien.











57 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


Nieuws / blog

bottom of page